Blog: Jongeren en ethiek in een veranderende wereld
Dr. Rabab Chrifou
De mensheid heeft immense veranderingen meegemaakt die haar manier van leven, denken en voelen drastisch hebben beïnvloed. De industriële revolutie, die in leven wordt gehouden door kapitalistische hebzucht, heeft het gezinsleven en de inkomstenbronnen ervan een historisch afwijkend karakter gegeven. Traditionele rolverdelingen tussen man en vrouw zijn vervaagd of zelfs omgedraaid, en de tijdsbesteding en het onderwijs van kinderen en jongeren hebben een andere invulling gekregen – een invulling die volledig past binnen de einddoelen van datzelfde systeem.
De leefstijl die ontstaan is binnen moderne steden – gekenmerkt door het verkrijgen van een instant gevoel van geluk – begint langzaam over te waaien naar niet-urbane gebieden. Calorierijk voedsel dat makkelijk toegankelijk is, sedentair gedrag en mobiliteitsgemak zijn hier enkele voorbeelden van. De meest recente verandering waarmee de mensheid is geconfronteerd, is de geleidelijke verschuiving naar ultradigitale samenlevingen. Dit heeft een enorme impact op de manier waarop mensen communiceren, consumeren, geld verdienen en hun tijd besteden.
Deze ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat een toenemend aantal mensen niet langer leeft in een eenvoudige sociale structuur, maar in plaats daarvan terecht is gekomen in een complex web van systemen die elkaar wederzijds beïnvloeden. Dit is ook een van de redenen dat er binnen de (sociale) wetenschap steeds meer aan complex systems analysis wordt gedaan.¹ Deze toepassing is vrij recent, maar de inzichten over complexe systemen bestaan al eeuwenlang. Denk bijvoorbeeld aan de islamitische sociale wetenschapper Ibn Khaldun.² Deze geleerde wordt binnen moderne academische instituten niet erkend als de ‘vader van de theorie van complexe systemen’, terwijl zijn werk een belangrijk fundament heeft gelegd met betrekking tot complexiteit in samenlevingen. Het erkennen van vroegere (islamitische) werken binnen moderne wetenschappelijke toepassingen is een blog op zichzelf waard.
Dat samenlevingen complexer zijn geworden, mede als gevolg van de genoemde ontwikkelingen, is voelbaar en zichtbaar. Maar hebben deze veranderingen ons goed gedaan? Met andere woorden: zijn we daadwerkelijk vooruitgekomen? Ik ben dan met name geïnteresseerd in morele vooruitgang, aangezien de capaciteit tot moreel of ethisch handelen hetgeen is wat mensen onderscheidt van anderen. Voor zover mijn kennis reikt, is er geen systematisch onderzoek gedaan naar de impact van deze toenemende complexiteit op het ethische gedrag van mensen.
Ethisch handelen wordt vaak toegepast in een interpersoonlijke sfeer. Het gaat dus om relaties en omgang met anderen: mensen, maar bijvoorbeeld ook de ecologische en fysieke omgeving. Het verschilt per overtuiging of cultuur hoe ethisch handelen wordt geconcretiseerd. Principes, normen en waarden vormen ethiek. Deze kunnen deels universeel zijn, maar ook fundamenteel verschillen. Deze verschillen vloeien vaak voort uit een afwijkend meta-ethisch standpunt, oftewel: de bronnen die men gebruikt om te bepalen wat ethisch is of niet.
Vanuit de islam zijn dat bijvoorbeeld de Qur’an en de Sunnah. Ook de fitrah, het morele kompas waarmee volgens de islam elk mens geboren wordt, behoort tot de bronnen die ethisch handelen vormgeven. In hun boek The Basics of Bioethics geven Veatch en Guidry-Grimes een overzicht van bestaande meta-ethische bronnen.³ Echter, in deze blog zal ik niet verder ingaan op meta-ethiek – dat is een thema dat meer aandacht vraagt. We zullen het hebben over algemeen ethisch handelen – oftewel common-sense morality – wat mogelijk overeenkomsten heeft met de islamitische fitrah.
Op basis van mijn observaties binnen de academische wereld en naar aanleiding van mijn recent verdedigde proefschrift⁴ kan ik concluderen dat ethiek doorgaans geen prioriteit krijgt binnen thema’s die gaan over gezondheid en welbevinden. Vaak wordt de nadruk gelegd op (meetbare) gezondheidsuitkomsten. Ethiek is immers – net als de term empowerment – moeilijk te meten. Veel van wat onder ethisch handelen valt, werpt zijn vruchten af in de praktijk en is dus zichtbaar. Maar een groot deel van de ‘ethische processen’ – zoals reflecties en intenties – is onzichtbaar, latent en niet goed meetbaar. De beste manier om vooruitgang in ethisch handelen te toetsen, is om na te gaan in hoeverre samenlevingen in positieve zin floreren. Daarnaast denk ik dat mensen die bewust ethisch handelen en actief reflecteren op ethiek over het algemeen in de minderheid zijn. Alledaagse beslissingen worden immers doorgaans bepaald door praktische overwegingen en de snelheid die ons wordt opgelegd óf die we onszelf opleggen.
Een mogelijke verklaring hiervoor is dat ethisch handelen meer energie van ons vraagt. Het vraagt ons om continu te reflecteren op ons handelen, onszelf te corrigeren en rekening te houden met de mensen om ons heen, en voor de moslims onder ons: met Allah. Wanneer men niet direct inziet welke winst dit oplevert, is de kans groot dat men geen offers wil brengen. Daarnaast denk ik dat de omgevingen waarin wij tegenwoordig leven het nóg moeilijker maken om bewust met ethisch handelen bezig te zijn. De snelheid waarmee processen verlopen vraagt veel mentale capaciteit, waardoor ruimte voor genuine self-reflection in het gedrang komt. Bovendien is de essentie van veel zaken om ons heen niet het cultiveren van ethisch bewustzijn of handelen, en dat vertaald zich letterlijk in de taal én beeldvorming die ingezet wordt. Al deze factoren kunnen leiden tot een verdere afname van de groep mensen die bewust is van het thema ethiek.
Op basis van een studie die ik verrichtte met jongeren – waarin we ethiek bespreekbaar maakten⁵ – ben ik tot de conclusie gekomen dat het bewustzijn over ethiek en de vormgeving daarvan voor een belangrijk deel ontbreken. Jongeren weten veelal niet wat ethiek betekent of hoe het herkend kan worden in het dagelijks leven. Daarom pleit ik ervoor om bewustzijn over ethiek en de vormgeving daarvan parallel te laten lopen met de ontwikkeling van kinderen en jongeren, zowel in het onderwijs als daarbuiten. Het resultaat hiervan zou zomaar kunnen zijn dat zij bewust met dit thema aan de slag gaan om uiteindelijk ook een kritisch tegenwicht te kunnen bieden aan een omgeving die steeds onvriendelijker lijkt te worden ten opzichte van ethiek.
Referenties:
1 Pourbohloul B, Kieny MP. Complex systems analysis: towards holistic approaches to health systems planning and policy. Bulletin of the World Health Organization. 2011.
2 Decolonial Muqaddimah | History of the Present | Duke University Pres
3 The Basics of Bioethics – 5th Edition – Laura K. Guidry-Grimes – Routl
4 Cultivating ethical awareness within collaborative research for health promotion — Universiteit Gent
5 Chrifou R, Focquaert F, Messiha K, Ghaly M, Altenburg T, Deforche B, Verloigne, M. The meaning of ethical collaborative research according to young people. International Journal of Adolescence and Youth. 2025.
Disclaimer: de tekst in deze blog is volledig – zonder hulp van AI – door de auteur geschreven.
Publicatie: Juni 2026/Muharram 1448
Featured topics:
- Islamic Pedagogy
- Youth & Social Media
- Character & Vulnerability
- Girls’ Mental Health
- Youth Expectations & Reality
- Global Developments
- Futuwwah